Toen Jozef en Maria in Betlehem waren, werd het kind geboren. Het was Maria’s eerste kind, een jongen. Maria
wikkelde hem in een doek, en legde hem in een voerbak voor de dieren. Want er was voor hen nergens plaats om te
slapen.
Die nacht waren er herders in de buurt van Betlehem. Ze pasten buiten op hun schapen.
Opeens stond er een engel tussen de herders, en het licht van God straalde om hen heen. De herders werden bang.
Maar de engel zei: “Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws. Het hele volk zal daar blij mee
zijn. Vandaag is jullie redder geboren: Christus, de Heer. Hij is geboren in Betlehem, de stad van David. En zo kunnen
jullie hem herkennen: het kind ligt in een voerbak en is in een doek gewikkeld.”
En plotseling was er bij de engel een hele groep engelen. Ze eerden God en zeiden: “Alle eer aan God in de hemel. En
vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.”
Daarna gingen de engelen terug naar de hemel. De herders zeiden tegen elkaar: “Kom, we gaan naar Betlehem.
Want God heeft ons verteld wat er gebeurd is. Laten we gaan kijken.”
Ze gingen meteen naar Betlehem. Daar vonden ze Maria en Jozef, en in een voerbak lag het kind. Toen de herders
het kind zagen, vertelden ze wat de engel over hem gezegd had. Iedereen die het hoorde, was verbaasd over het
verhaal van de herders. Maria probeerde te begrijpen wat het betekende. Ze bleef nadenken over wat de herders
gezegd hadden.

(Lucas 2 : 6 – 19 uit de Bijbel in Gewone Taal)

Door Zijn Zoon heeft God een altijddurende vrede gesticht tussen Zichzelf en alles wat in de hemelen en op aarde is.
Doordat Christus Zich aan het kruis heeft opgeofferd en Zijn bloed heeft gegeven, is er verzoening met God.

(Colossenzen 1 : 20 uit Het Boek)

Wij worden immers ook rechtvaardig verklaard, want wij vertrouwen op God, Die onze Here Jezus uit de dood heeft
laten terugkomen. Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons
rechtvaardig te verklaren.

(Romeinen 4 : 24b – 25 uit Het Boek)